home
over ons
visie >
werkwijze >
het team >
aanmelden
diagnostiek en
behandeling
publicaties
cursussen
wetenschappelijk
onderzoek
vrienden van het
Kindertherapeuticum
hoe bereikt u ons
links
voor kinderen
voor verwijzers

Interview over onze visie

Het onderstaande interview is opgetekend in 2004. De toenmalige voorzitter van de Steunstichting, Alexander Vreede, sprak met drie medewerkers van het Kindertherapeuticum: kinderarts Edmond Schoorel, orthopedagoge Annemieke Bonthuis en maatschappelijk werkster en gezinstherapeute Regien van der Velden. Hoewel we intussen naar Zeist zijn verhuisd en Annemieke niet meer bij ons werkt en de kinderpsychiatrie een belangrijke plek inneemt, hebben we het interview toch laten staan. Het geeft ons inziens een goed beeld van ons werk. April 2009
Op zoek naar het beeld in gesprek over het eigene van het Kindertherapeuticum in Utrecht


In een oud winkelpand op een hoek aan de Utrechtse Homeruslaan bevindt zich het Kindertherapeuticum. Volgens de folder is het een “Centrum voor diagnostiek en behandeling”, dat op specialistisch niveau zorg levert voor kinderen. De medewerkers zijn allen gespecialiseerd in het werken met kinderen en ouders. Hun gemeenschappelijke medisch-therapeutische visie ontlenen zij aan de antroposofie, aan het begin van de vorige eeuw ontwikkeld door Rudolf Steiner.
Maar wat is die visie eigenlijk en hoe werkt die visie dan bij het werken met kinderen en hun ouders?

Ingewikkelde problematiek
Edmond: “Natuurlijk neemt de kindergeneeskunde in het Kindertherapeuticum een belangrijke plaats in. Veel kinderen worden - door de eigen huisarts of de schoolarts - verwezen naar een kinderarts. Maar in de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat ons werk veel breder is. In het Kindertherapeuticum zien we kinderen met een ingewikkelde problematiek, die in een simpel beeld niet te begrijpen en niet te helpen zijn. Vaak hebben we te maken met problemen op het grensvlak van het psychiatrische, het psychosomatische en het puur lichamelijke. Voor dat soort problemen blijkt er in onze gezondheidszorg eigenlijk geen echte plek te zijn.”

In onze maatschappij komen kinderen in toenemende mate in de knel. Er is teveel aanbod waar ze wat mee moeten. Ze worden overvraagd, zowel thuis, als op school en in andere verbanden. Het levenstempo wordt steeds hoger. Edmond: “Wij merken hier dat we kinderen krijgen met problematiek waar – ondanks allerlei onderzoek - vaak geen antwoord op wordt gevonden. “Nieuwetijds-kinderen” noemen we ze wel eens. Het gewone gezonde kind, dat een ziekte heeft komt nauwelijks meer voor. We zien “nieuwe” ziekten, zoals ADHD, hoogbegaafdheid of hypersensitiviteit. De motorische handigheid van kinderen neemt af en we vragen ons af waarom. Zijn er echt nieuwe “ziekten” of kijken wij tegenwoordig anders?”

Heel het kind
Het Kindertherapeuticum wil – zo staat het in een beleidsplan dat treffend “Heel het kind” is genoemd – diagnostiek bedrijven vanuit het totale kind. De medewerkers willen bij een onderzoek niet slechts één maar juist meerdere aspecten van dat ene kind in beeld brengen. En daarom staat het multidisciplinair werken bij het Kindertherapeuticum hoog in het vaandel.
Annemieke: “Naast de kinderarts werkt hier een fysiotherapeute, een logopediste, een GZ-psychologe, twee orthopedagogen, een psychotherapeute, een maatschappelijk werkster, een muziektherapeute, een kunstzinnig therapeute en een euritmietherapeute. (2009: een kinder-en jeugdpsychiater, een natuurvoedingskundige, een logopediste die ook sensorische integratietherapeute is, drie orthopedagogen, twee kunstzinnig therapeuten) Allemaal professionals die op een eigen manier naar het kind en het gezin kunnen kijken en zo hun eigen beeld kunnen vormen.” Door die verschillende visies met elkaar te verbinden ontstaat een compleet beeld van het kind waar het om gaat met de problemen waarvoor het is aangemeld.
Maar wat is daar dan antroposofisch aan? Regien: “Niet alles wat wij hier doen is direct antroposofisch. En multidisciplinair werken is in de gezondheidszorg tegenwoordig heel gewoon. Maar de antroposofische manier van denken over mensen en met name kinderen blijkt erg werkzaam om ons te helpen dat complete beeld te krijgen.”

Opgave van de kindertijd
Edmond: “Als antroposofisch arts houd ik mij bezig met vragen van mensen over de plaats van ziekte in hun leven. Is dat alleen maar domme pech waar je zo snel mogelijk een eind aan moet maken? Of heeft de ziekte een plaats in iemands levensgeschiedenis en zijn opdracht in het leven?”
Regien: “Waar wij van uit gaan is de gedachte, dat elk kind met een opdracht in dit leven komt. Bij die opdracht is ook van belang om je te verbinden met je lichaam. We zeggen hier wel eens: “eerst je lichaam in en dán de wereld in”. Hoe een kind zich verbindt met zijn lichaam is bepalend voor de verdere ontwikkeling. Daar ligt de opgave van het kind in de kindertijd. Het kind moet als het ware “in zijn lijf komen”.”

Ontwikkelingsweg
De medewerkers van het Kindertherapeuticum gaan er dus van uit, dat elk kind dat op het Kindertherapeuticum komt bezig is op zijn eigen ontwikkelingsweg. Die weg en hoe de ziekte of de problemen dáár in passen proberen zij in beeld te krijgen. Vanuit respect voor de eigen weg van elk kind. Annemieke: “Uitgangspunt daarbij is dat we kijken naar het volledige kind met de eigen constitutie en mét de omgeving, waarin het zijn ontwikkelingsweg gaat.”

Alle disciplines
Tijdens het onderzoek hebben de meeste medewerkers een eigen contact met het kind. Dat contact hebben ze vanuit hun eigen vakgebied: de kinderarts verzorgt het medisch/constitutioneel onderzoek, de psycholoog neemt een test af, de muziektherapeute werkt met behulp van muziekinstrumenten en zingen. Sommige medewerkers hebben ook contact met de ouders of met het hele gezin. Er wordt als het ware “van alle kanten” gekeken. Elke medewerker kijkt ook weer op zijn eigen manier. Lang niet alle observaties zijn meetbaar of registreerbaar. Ook de “eigen” beleving of waarneming van de hulpverlener draagt bij aan zijn oordeel.
Annemieke: “het voordeel is dat verschillende disciplines niet alleen elk vanuit eigen vakgebied werken, maar ook elk met hun eigen “blik” kijken. Ieder ziet weer andere zaken en andere aspecten dan de ander. Op deze manier is de waarneming veel diverser dan wanneer één hulpverlener alleen zou hebben gekeken.”

Beeldvorming
Regien: “Als alle onderzoeken klaar zijn is de fase van de “waarneming” afgerond. Dan komen wij allemaal samen en leggen onze indrukken bij elkaar. Dan begint de fase van de “beeldvorming”, waarin we op zoek gaan naar het unieke en persoonlijke van dát kind op zíjn weg.”
Dat “beeld” is een veel rijker en veelomvattender beeld dan een simpele medische of psychologische diagnose. In de fase van de beeldvorming wordt beschreven hoe het het kind tot nu toe gelukt is met zijn lichaam om te gaan. De medewerkers van het Kindertherapeuticum proberen met behulp van eigen en elkaars waarnemingen in beeld te krijgen welke factoren het kind helpen of juist belemmeren zich met zijn lijf te verbinden. Edmond: “Ouders zeggen vaak: “hij zit niet lekker in zijn vel”. Dat klopt en dat vage gevoel proberen wij concreet te maken, te beschrijven. Het kind is in onze visie een lijf plús iemand die daar in gaat “wonen”. Dat in je lijf gaan wonen is een proces, dat zich afspeelt in een bepaalde omgeving: de mensen om je heen, de cultuur waarin je woont, je eigen constitutie, je eigen levensfase. Dat proces en die omgeving proberen we langs allerlei verschillende kanten in beeld te krijgen en te beschrijven.”

Oordeelsvorming
Annemieke: “Pas als we het beeld echt helder hebben gaan we verder en proberen we ons oordeel te vormen. Dat zou je een soort verdichtingsproces kunnen noemen: nu proberen we het beeld te beschrijven in echte klassieke diagnostische termen. Dan maken we bijvoorbeeld gebruik van de psychiatrische diagnostiek volgens de DSM IV. Maar het beeld dat we gezien hebben blijft altijd in onze gedachten.
In de fase van de oordeelsvorming willen we op het spoor komen van ontwikkelingsthema’s: centrale problemen die zich op de ontwikkelingsweg steeds blijken te herhalen. Thema’s die vaak terugkeren op cruciale momenten. Die thema’s beschrijven we in termen van het antroposofisch mensbeeld.”

Alles heeft beeldkarakter
Edmond: “Met behulp van het antroposofisch mensbeeld proberen wij te kijken naar een werkelijkheid áchter de werkelijkheid, die wij in beeld krijgen. De werkelijkheid van de levensopdracht van het kind, van hoe het zich tot zijn lijf verhoudt, van de belemmeringen daarin. De werkelijkheid van de ontwikkelingsweg van deze mens en de daarin voorkomende thema’s. Willen we het kind bij zijn problematiek echt helpen dan moeten we zicht hebben op díe werkelijkheid, want daarin heeft de ziekte of de problematiek van het kind een plaats.
Wat wij in het gewone verkeer zien – de ziekte of stoornis bijvoorbeeld - is slechts een beeld van die werkelijkheid en niet die werkelijkheid zélf. Maar alles wat wij kunnen zien of meten heeft wel “beeldkarakter”: het laat ons iets zien van de werkelijkheid waar het een beeld van is. Daarom besteden wij heel veel tijd aan de fase van de beeldvorming. Pas als wij het beeld goed “in beeld” hebben kunnen we het kind écht gaan helpen.”

Doelstelling
Regien: “Waar we met deze manier van werken naar streven is niet om zoveel mogelijk problemen of ziektes zo snel mogelijk ongedaan te maken. Waar het ons om gaat is om zoveel mogelijk kinderen zó te behandelen dat ze daarna hun eigen ontwikkelingsweg onbelemmerd kunnen vervolgen. We proberen niet de stoornis zelf, maar juist de belemmering op de ontwikkelingsweg weg te nemen. Ons gaat het er om dat het kind zijn ontwikkelingsweg zo vrij en onbelemmerd mogelijk gaan kan. Zodat het kind kan doen waarvoor het gekomen is.”
Edmond: “Wij kijken dus naar de weg van het kind, maar vooral naar de steentjes er op. Die proberen we uit de weg te krijgen. Een kind redt zich meestal prima zelf, als wij het maar niet te veel in de weg lopen.”

Doelgroep
Voor wie is het Kindertherapeuticum bestemd? Edmond: “In principe zijn we er voor alle kinderen, van 0 jaar tot en met de adolescentie rond het 18e jaar. We zien hier kinderen uit het hele land. Maar het gaat wel om kinderen met ouders die ook op deze manier naar hun kind willen kijken en daarbij betrokken willen worden. Want wij vragen van de ouders om met ons mee te kijken, naar het kind en naar de oplossing waar wij aan denken. Daar moet je als ouders open voor staan en tijd voor hebben. Het duurt soms een hele tijd voor ons beeld echt helder is en we aan oplossingen kunnen gaan denken.”
Annemieke: “Dat betekent ook dat we niet geschikt zijn voor heel acute gevallen, waar direct iets moet gebeuren. We zijn géén crisisdienst of EHBO. Daar staat tegenover dat de drempel bij ons laag is. In de regel kun je binnen 3 weken terecht voor een eerste contact.” (de tijdsdrempel is laag, maar de aanmeldingsdrempel is hoog: zelf een brief schrijven en zo)
Het Kindertherapeuticum staat niet los van andere behandelingen in de gezondheidszorg. Soms is het echt een alternatieve behandeling: voor ouders en kinderen die daaraan de voorkeur geven boven de “reguliere” gezondheidszorg. Maar het komt ook vaak voor, dat het Kindertherapeuticum naast een gewone behandeling werkt; met veel andere artsen of hulpverleners wordt samengewerkt. En het komt heel vaak voor, dat het Kindertherapeuticum wordt ingeschakeld ná een andere behandeling, die onvoldoende of geen resultaat heeft gehad.
Edmond: “Onze echte beperking is, dat het moet gaan om een stoornis of problematiek waarbij de antroposofische geneeskunde echt iets te bieden heeft. Is dat niet zo dan kan je beter naar een reguliere arts gaan, die in de regel dichter bij huis zit.”

Verwijzing
Meestal kom je naar het Kindertherapeuticum op verwijzing. Van de huisarts (soms maar lang niet altijd een antroposofisch huisarts), een specialist, de schoolarts, een leerkracht of een ander soort hulpverlener. Bij kinderen die op verwijzing bij het Kindertherapeuticum komen vindt het eerste contact altijd plaats met de kinderarts (2009: of met de kinderpsychiater). Naar hen ben je immers verwezen. Hij of zij bespreekt dan met de ouders hoe het onderzoek verder gaat.
Annemieke: “Tegenwoordig hebben we ook een andere mogelijkheid. Je kunt je nu ook rechtstreeks aanmelden bij het Kindertherapeuticum. Dan is het eerste contact niet met de kinderarts maar met de orthopedagoge. Voordeel daarvan is dat het niet direct zo medisch wordt. Niet alle problemen uiten zich lichamelijk. Voordeel is ook, dat het onderzoek vaak sneller kan beginnen. De beschikbaarheid van de kinderarts is namelijk nogal eens een probleem. Voor de orthopedagoge geldt dat minder. De kinderarts is er overigens wel degelijk bij betrokken, want hij leest alle aanvragen en in de besprekingen is hij er altijd bij. En wordt dan besloten dat een contact met de kinderarts toch belangrijk is dan kan er dan altijd nog een verwijzing worden geregeld.”

Kies hieronder een van de hoofdstukken uit Visie als u niet door de tekst wilt scrollen.

Op zoek naar het beeld

Ingewikkelde problematiek
Heel het kind
Opgave van de kindertijd
Ontwikkelingsweg
Alle disciplines
Beeldvorming
Oordeelsvorming
Alles heeft beeldkarakter
Doelstelling
Doelgroep
Verwijzing
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven

vacatures | sitemap | colofon....