|
Kindergeneeskunde
Het begin van het werk van de kinderarts wordt gevormd door de klachten en problemen waarmee ouders en kinderen naar zijn spreekuur komen. Vaak hebben deze klachten, niet alleen een lichamelijke kant zoals huiduitslag, pijn, benauwdheid of dikke gewrichten. Vaak is er ook een gedragsmatige kant zoals stemming, humeur, weerbaarheid, onrust, apathie, angsten of dwangen. Daardoor wordt duidelijk dat het kind "niet goed in z'n vel steekt". Wat er in dat vel allemaal aan de hand is, wordt constitutie genoemd.
De diagnostiek van de constitutie is, naast het reguliere kindergeneeskundige werk, de belangrijkste taak van de kinderarts. Het voorschrijven van medicijnen, zonodig reguliere, waar mogelijk antroposofische, hoort ook bij zijn taak. Daarmee kunnen de klachten worden verlicht en kan de constitutie worden ondersteund. Daardoor kan een kind weer beter in zijn vel gaan steken. Met andere woorden: hij kan z'n lichaam weer beter gaan bewonen.
Kinderen van 0-18 jaar kunnen bij de kinderarts terecht.
terug naar boven
|
|