|
|
 |
|
|
|
|
|
|
Ouderbegeleiding
Ieder kind dat geboren wordt brengt veranderingen teweeg in een gezin. Sommige kinderen komen zo onverwacht, sommige kinderen zijn zo bijzonder, dat ze het evenwicht in het gezin grondig verstoren. Het kan ook zijn dat de draagkracht, de vindingrijkheid of het uithoudingsvermogen van de ouder(s) of opvoeder(s) niet toereikend is voor de eisen die het kind stelt. De ouderbeleiding heeft als kijkrichting de omgeving waarin het kind opgroeit. in het algemeen is het zo, dat een kind waar iets mee is zich niet sneller in een gezonde richting kan ontwikkelen, dan de omgeving die die het kind opvoedt in een gezonde richting verandert. Het is dus van het grootste belang dat de eisen die het kind stelt en de mogelijkheden die de omgeving heeft, op elkaar afgestemd worden. Dat moet zo praktisch mogelijk gebeuren, met kleine stapjes, zodat de teleurstellingen zo veel mogelijk buiten de deur gehouden worden. De ouderbegeleider kijkt met de ouder(s) naar vragen als: Hoe richt je de dag in, hoe organiseer je de vakanties, hoe steun je elkaar als ouders?
Voor de opvoeding is het belangrijk dat ouders zicht hebben op de interactie met hun kind of kinderen. Als deze interactie verstoord is, kan ziekte of problematisch gedrag van het kind een gevolg zijn. Dan is professionele hulp van belang om meer inzicht in het eigen gedrag en dat van het kind te krijgen, waardoor verandering mogelijk wordt.
Al naar gelang de situatie wordt er met de ouders individueel of in een groep gewerkt.
Het maatschappelijk werk wordt ingeschakeld als er van de draagkracht van de ouders bovenmatig veel gevraagd wordt en als de behandeling van een kind vraagt dat de gezinsomstandigheden mee veranderen.
De ouderbegeleider spreekt met de ouders, niet met de kinderen.
terug naar boven
|
|
|