home
over ons
aanmelden
diagnostiek en
behandeling
publicaties
themabrochures >
beleidsnota >
rendements-onderzoek >
nieuwsbrief >
jaarverslag >
literatuurlijst >
cursussen
wetenschappelijk
onderzoek
vrienden van het
Kindertherapeuticum
hoe bereikt u ons
links
voor kinderen
voor verwijzers


Door middel van de halfjaarlijkse Nieuwsbrief willen we de verwijzers en andere betrokkenen bij het Kindertherapeuticum laten weten hoe het met ons gaat. We hebben een heerlijk druk werkjaar achter de rug. We zijn tien jaar geworden. Al tien jaar hebben we samengewerkt, met veel plezier en iedere week zingen onder leiding van Wendy van Driesten tijdens onze bespreking van 2 1/2 uur in eigen tijd. We hebben weer heel wat doorstaan en overleefd wat betreft de organisatie van de gezondheidszorg in Nederland. We wijden daar een stuk van deze Nieuwsbrief aan, zodat u als verwijzer of belangstellende op de hoogte bent. Omdat we niet alleen over de zorgen willen praten, leek ons 10 jaar Kindertherapeuticum een goede gelegenheid om een inhoudelijk aspect van ons werk aan de orde te stellen. Namelijk: hoe gaan we om met de vraag naar een diagnose-etiket? Om te beginnen stelt een nieuwe medewerkster zich voor. Als u vragen of opmerkingen over de Nieuwsbrief hebt of over iets anders wat het Kindertherapeuticum aangaat, horen we dat heel graag van u. Bijvoorbeeld via info@kindertherapeuticum.nl

Voorstellen: Sabine Hansemann
Na hier vele jaren liefdevol en toegewijd euritmie met de kinderen gedaan te hebben, heeft mijn collega Gertrud Mau voor de zomervakantie afscheid genomen van het Kindertherapeuticum. De fakkel is aan mij overgedragen en ik verheug me erop de euritmietherapie op deze speciale plek en in dit geweldige team verder te mogen verzorgen!
Mijn naam is Sabine Hansemann. Ik werk sinds 1997 als euritmietherapeute met Zeist als hoofdlocatie.
Mijn opleiding heb ik in Den Haag gedaan. Van origine ben ik Duitse, maarik leef al meer dan een kwart eeuw in Nederland. Mijn drie kinderen zijn ondertussen volwassen en bezig met hun opleidingen. Zij zijn geboren en opgegroeid op een zorgboerderij, waar we als gezin 15 jaar lang hebben gewoond en gewerkt. Voorlopig zal ik hier iedere donderdag te vinden zijn, mijn kleine en grotere patiëntjes in de wachtkamer ophalen, en hen in beweging brengen… en zij mij vast ook!

Tien jaar
Op bescheiden schaal hebben we onze tiende verjaardag gevierd door een open middag te organiseren voor reguliere verwijzers uit de regio. Reguliere artsen verzorgen 60% van ons verwijzingen. De opkomst was bescheiden, het enthousiasme groot. We hebben onze werkwijze voorgesteld en wat voorbeelden gegeven van multidisciplinaire diagnostiek. We moeten dat vaker doen, dan kunnen de geïnteresseerde artsen wennen aan de mogelijkheden van de ruimere blik, die de antroposofie kan bieden. We merken nu al, dat er enkele verwijzingen zijn van artsen die we wel uitgenodigd hebben, maar die niet konden komen.

Financieringsperikelen
De invoering van het nieuwe financieringssysteem (DBC-financiering) en van de nieuwe zorgwet hebben het Kindertherapeuticum aan de rand van een financieel debacle gebracht (zie de toelichting hieronder). Dit heeft tot het besluit geleid dat de kinderarts vanaf 1 januari 2007 geen contracten met een zorgverzekeraar meer aangaat en dat de nota van de kinderarts in alle gevallen naar de ouders gaat. We hopen dat hierdoor het werk waar het in ons Kindertherapeuticum om gaat weer de volle aandacht kan krijgen: de zorg voor kinderen en hun ouders.
Voor u als verwijzer verandert er niets. De ouders van een patiëntje hebben binnen de huidige zorgwet recht op een vrije artsenkeuze: de zorgverzekeraar is verplicht te vergoeden. De verantwoordelijkheid voor het betalen van de nota van de kinderarts komt te liggen waar hij logischerwijs hoort: bij degene die de hulp vraagt.
Wel kan het zijn dat ouders een eigen risico of een bepaald kortingspercentage hebben afgesproken. Als er een restitutieverzekering is, is de zorgverzekeraar gerechtigd een klein bedrag als kosten in rekening te brengen.

Toelichting
Vanaf 1 januari 2005
De DBC-systematiek heeft de financiering op een nieuwe grondslag gevestigd. Door honorarium en kosten apart te berekenen per diagnose werd het mogelijk, zo was het idee, om transparant en concurrerend te werken. De bijbehorende tarieven zijn landelijk door het CTG vastgesteld. Het betekende voor de ziekenhuizen en ook voor ons als Zelfstandig Behandel Centrum (een soort klein ziekenhuisje) een zeer kostbare operatie in de infrastructuur om alle gegevens aan te leveren en om te kunnen declareren. Aan het einde van 2005 was dat rond en in de eerste helft van 2006 heeft de kinderarts een groot deel van de inkomsten van 2005 kunnen ontvangen. Sommige zorgverzekeraars, zoals de ziektekostenverzekeraars nu heten, hebben tot op de dag van vandaag nog niets betaald van de nota’s over 2005.

Vanaf 1 januari 2006
De nieuwe zorgwet heeft de zaak nog eens op zijn kop gezet. De belangrijkste verandering was het wegvallen van het verschil tussen particulier en ziekenfonds. Op een iets andere manier is dat teruggekomen als restitutie en natura verzekeringen.
Om de clientèle ter wille te zijn heeft de kinderarts zich ingespannen om met zorgverzekeraars een contract af te sluiten over de prijs van geleverde kindergeneeskundige zorg. Dat is in de meeste gevallen gelukt (zie de website). Soms was dat zonder, meestal mèt een substantiële korting op het kostenaandeel van de rekening.
Om de zorgverzekeraars ter wille te zijn hebben wij ons ingespannen om contracten af te sluiten. Zij hebben er namelijk belang bij dat de nota’s elektronisch worden aangeleverd. Wij hebben met zorgverzekeraars uit het hele land van doen; hun ICT en financiële systemen zijn niet op elkaar afgestemd.


De infrastructuur moest nogmaals aangepast worden. Dat lijkt misschien eenvoudig, maar eind november 2006 is dat nog steeds niet rond. De belangrijkste reden daarvoor is de willekeur van de zorgverzekeraars. Zij stellen vast aan welke eisen een nota moet voldoen om voor vergoeding in aanmerking te komen. Het elektronische formaat, waarin het moet passen en het portaal waarlangs het veilig kan worden ingediend, functioneren goed. Maar waar de ene verzekering een komma wil hebben staan, wil de andere verzekering een 0 hebben. In juli zijn de eerste nota’s verzonden. Die werden vrijwel allemaal om dit soort redenen afgewezen. In oktober is de tweede ronde verstuurd, na tijdrovende en kostbare aanpassingen. Hiervan is het grootste deel teruggekomen als niet te verwerken. Gelukkig zijn er enkele ‘gewone’ papieren nota’s (aan mensen met een restitutieverzekering) die wel betaald zijn.

Vanaf 1 januari 2007
De nota aan de patiënt zal, net als nu, zijn opgesteld volgens de richtlijnen van de DBC-systematiek. Vanaf 1 januari 2007 zal het verzenden en innen van de nota’s door een professioneel administratiebureau worden gedaan. Het is goed om te weten, dat de ziektekostenverzekeraar bij wet verplicht is om de nota te betalen, ook als de hulpverlener, in dit geval de kinderarts, geen contract heeft. Wel mag de verzekeraar een eigen risico of een bedrag voor de administratiekosten in rekening brengen.
De kinderpsychiater zal in 2007 nog declareren via de AWBZ. De ouders krijgen alleen een nota voor de eigen bijdrage.
Voor de overige medewerkers blijft het zoals het was: de vergoeding van de nota is afhankelijk van de verzekering.

Is het ’t wel of is het ’t niet?

Steeds vaker moeten we de vraag beantwoorden: Is het allergie? Is het ADHD? Is het autisme? In het Kindertherapeuticum zijn we gewend om een kind in zijn sterke en zwakke kanten te beschrijven. We hebben een zekere afkeer van etiket-diagnoses. Daardoor komen we telkens op een aantal vragen, zoals:
– Doen we het kind recht als we zo’n diagnose stellen?
– Doen we ouders recht door de diagnose te stellen?
– Doen we de school tekort door de diagnose niet te stellen?
– Werken we wel professioneel als we terughoudend zijn met diagnoses?
Werken we mee aan deze neiging tot etiketteren, onder andere omdat er aan een diagnose een REC-indicatie vastzit? (De Regionale Expertise Centra bepalen of een kind voor hulp in aanmerking komt en voor welke hulp)

In deze korte kerstbespiegeling wil ik beschrijven hoe we met dit dilemma omgaan.

Niet alle gevoelige kinderen zijn allergisch
Er zijn veel meer kinderen met een overgevoeligheid dan kinderen met een echte allergie. Als kinderen niet verdragen dat er lawaai is, dat ze van de warmte naar de kou gaan, dat de herfst intreedt, dat ze na een week bij mamma naar een week bij pappa overstappen (of andersom), dat ze het tempo van de klas niet bijhouden, dat alles betekent niet dat ze allergisch zijn. Het kan best zijn dat ze een ‘gezonde’ reactie vertonen op een omstandigheid die ze gewoon niet aankunnen. De overgevoeligheid kan zich uiten in eczeem, astmatische benauwdheid, in oorontstekingen of doofheid. Maar ook kan het kind prikkelbaar worden, teruggetrokken of zelfs depressief. Het kan onrustig gaan slapen of hoofdpijn krijgen, de resultaten op school kunnen kelderen. Dat is ook onafhankelijk van de laboratoriumuitslagen. Het kan best zijn dat een kind met antistoffen in zijn bloed tegen huisstof deze keer niet van het stof benauwd wordt maar van de een of andere stress.
Hoe gaan we daarmee om? We proberen een beeld te krijgen van de mate waarin het kind open staat voor prikkels uit zijn omgeving. De mate van openheid heeft te maken met constitutie. Sommige kinderen zijn nu eenmaal ontvankelijk en andere zijn meer in zichzelf. Onderzoek bij de muziektherapeut kan dat bijvoorbeeld duidelijk maken. Het heeft ook te maken met de omstandigheden; als een kind net ziek is geweest of een aantal nachten te weinig geslapen heeft, is de prikkelbaarheid vanzelf groter. We proberen ook een beeld te krijgen van de buffer die een kind heeft voor de prikkels. Met andere woorden: hoe is het gesteld met het vermogen om te verteren wat er op hem afkomt? Massageonderzoek geeft hiervan een goede indruk. Soms worden antistoffen in het bloed bepaald, maar meestal is dat al gedaan of is het niet nodig.
Wat zeggen we dan? Aan de ouders schetsen we een beeld van de prikkelbaarheid en van de buffer. We zoeken samen naar mogelijkheden om in de opvoeding of met therapie het kind te ondersteunen. Vaak is de vraag of het kind allergie heeft uit de lucht. Meestal is het begrip van allergie verruimd en is de noodzaak van voorverteren en naverteren duidelijk geworden. De ouders hebben handvatten om met hun kind om te gaan, veiligheid biedend door begrenzing en structuur.

Niet alle drukke kinderen hebben ADHD
Er zijn veel meer kinderen met druk en ongeconcentreerd gedrag dan kinderen met ADHD of ADD. Gezonde jonge kinderen zijn druk en impulsief, concentratie moeten ze nog leren. Nu zijn sommige kinderen, zo’n 30% misschien wel, gemakkelijker uit hun lood en uit hun rust te halen dan andere. Het is niet moeilijk in te zien dat de overdaad aan prikkels en keuzemogelijkheden het kinderen moeilijk maakt om bij zichzelf te blijven. Het klassieke beeld van een moeder die met een kopje thee of sap haar kinderen opvangt als ze uit school of van het spelen thuis komen, mag dan oubollig zijn, voor die 30% is het wel hun redding.
Hoe gaan we ermee om? We proberen een beeld te krijgen van de mate waarin het kind in staat is tot terughouding. Andersom gezegd: de neiging tot afleidbaarheid, hyperactiviteit en impulsiviteit. Dat is in de onderzoekssituatie niet gemakkelijk: 1-op-1 is een heel ander verhaal dan in een klas van 30 kinderen. Daarom zijn we blij met goede informatie van de ouders en de leerkrachten over het kind in de groep. Psychologisch onderzoek en kunstzinnig-therapeutisch onderzoek kan dit beeld helpen vormen. We proberen ook een beeld te krijgen van de omstandigheden, waarin het kind opgroeit. Ouders hebben soms al heel veel uitgevonden in pedagogisch opzicht. Ze weten al lang wanneer hun druktemaker uit z’n dak gaat en ze weten ook wat ze kunnen doen om ervoor te zorgen dat hij bij zichzelf blijft. Dat soort ervaringen bepalen de rek die de ouders nog hebben en de begeleidingsmogelijkheid van het gezin. Ook proberen we een beeld te krijgen van de mate waarin een kind in staat is tot zelfsturing. Antroposofisch gezegd: is het IK in de buurt om de teugels in handen te krijgen? Euritmie-onderzoek en spraakonderzoek kunnen hierover inzicht geven.
Wat zeggen we dan? We schetsen de ouders het aandeel van de constitutie en van de omgeving in het ontstaan van de gedragsproblemen. We proberen aan te geven hoe de leerbaarheid en veranderbaarheid van kind en gezin is. We zoeken samen naar mogelijkheden om in pedagogisch en therapeutisch opzicht het beste te doen en onhandige dingen na te laten. We bekijken of een ondersteunende behandeling met antroposofische medicatie of een sturende behandeling met reguliere medicatie gewenst is. Meestal is het begrip ADHD dan verruimd en hebben de ouders handvatten om met hun kind verder te gaan, mildheid en geduld beoefenend.


Niet alle kinderen met een probleem in het contact zijn autistisch
Er zijn veel meer kinderen met een contactprobleem dan met een contactstoornis. Stel, je bent als kind hartstikke gevoelig, zo zelfs dat het een beetje pijn doet als iemand je aankijkt. Dan houd je op met aankijken. Stel, je bent zo open, dat je meer ziet, merkt en weet dan andere kinderen en je merkt ook dat andere mensen heel vreemd reageren als je iets zegt over je ervaringen. Dan houd je op met mededelingen doen over je eigen wereld, misschien trek je je wel terug. Stel, je hebt als verlegen schoolkind enigszins moeizaam de stap naar de puberteit gemaakt en ontdekt dat je in de virtuele wereld van internet en games zo vrij bent als je je in de echte wereld niet kan voorstellen. Dan kies je toch voor de virtuele! Zo zijn er allerlei omstandigheden, waaronder een kind meer thuis is in zijn eigen wereld, dan in die van zijn medemensen.
Hoe gaan we daarmee om? We proberen te doorzien of het contactprobleem berust op een terugtrekbeweging, of dat het een reactie is op de een of andere vorm van te grote openheid. We proberen te achterhalen of de bijzondere manier van contactname er al vanaf de eerste dagen was, of dat het later ontstaan is. We kijken of het kind in staat is tot fantasiespel, waarin het de ander een plek geeft. Dit soort vragen wordt beantwoord door het onderzoek door de kinderpsychiater, de orthopedagoog, de kunstzinnig therapeut en de logopedist. De kinderarts kijkt of een lichamelijke component een rol speelt.
Wat zeggen we dan? Lang niet altijd is het mogelijk om een uitspraak te doen. Vaak stellen we de ouders voor om een therapeutisch en pedagogisch begeleidingstraject in te gaan en na bijvoorbeeld een jaar het kind opnieuw te onderzoeken. Voor al deze kinderen is het belangrijk dat de dingen voorspelbaar en herkenbaar zijn en dat ze vaardigheden leren waar ze trots op kunnen zijn. Meestal is dan het begrip autisme losgelaten en krijgt het kind de ruimte om vertrouwen op te bouwen in de wereld.

Als een kind echt allergisch is, echt ADHD heeft of echt autistisch is, zullen we die diagnose natuurlijk stellen. Dan weten de ouders waar ze aan toe zijn en het kind krijgt de aanpak die het nodig heeft. Tja, en de REC-verklaring? Met frisse tegenzin leveren we die ook.

E.P. Schoorel

Brochures over o.a. de thema’s Allergie, Astma, Eczeem, ADHD en ADD kunt u bij ons bestellen. Die over autisme is in de maak.
> Klik hier voor de bestelformulier (pdf-bestand)



Stichting Vrienden
Het nieuwe bestuur van de Stichting Vrienden van het Kindertherapeuticum wil zich graag voorstellen met hun geheel vernieuwde folder. Die is begin januari 2007 klaar en zal met de volgende Nieuwsbrief worden meegezonden. De tekst vindt u vanaf het nieuwe jaar op onze website.

Telefonisch spreekuur (030) 251 18 00
Kinderarts –– Edmond Schoorel
maandag en woensdag van 16.00 tot 17.00 uur en op donderdag van 8.00 tot 8.30 uur.
De kinderarts is op dinsdag en vrijdag te bereiken via het Diakonessenhuis: (030) 698 94 61
of via de Semadigit: 06- 65 07 93 85.
Kinderpsychiater –– Leonie Schaper
maandag van 11.30 tot 12.00 uur
Afwezig
Edmond Schoorel: 25 dec. t/m 7 januari en 12 t/m 25 februari
Leonie Schaper: 25 dec. t/m 7 januari en 7 t/m 18 februari

Als u als verwijzer niet in de gelegenheid bent om te bellen op deze tijden kunt u dit doorgeven aan de assistente. U wordt dan teruggebeld. De assistente is bereikbaar op maandag t/m vrijdag van
9.00 - 12.00 en van 13.00 - 16.00 uur. In de vakantietijd is er een aangepaste bereikbaarheid. De exacte tijden hoort u op het antwoordapparaat van het Kindertherapeuticum. Overleg met de andere medewerkers kan door de assistente tot stand worden gebracht.


Kindertherapeuticum
Homeruslaan 22, 3581 MG Utrecht
telefoon (030) 251 18 00
info@kindertherapeuticum.nl
www.kindertherapeuticum.nl

Stichting Steun het Kindertherapeuticum
Postbus 1214
3800 AA Amerstfoort




terug naar boven
nieuwsbrief december 2010
jaargang 14 nummer 28
nieuwsbrief december 2010
jaargang 13 nummer 27
nieuwsbrief augustus 2010
jaargang 13 nummer 26
nieuwsbrief december2009
jaargang 12 nummer 25
nieuwsbrief juli 2009
jaargang 12 nummer 24
nieuwsbrief december 2008
jaargang 11 nummer 23
nieuwsbrief juli 2008
jaargang 11 nummer 22
nieuwsbrief december 2007
jaargang 10 nummer 21
nieuwsbrief juni 2007
jaargang 10 nummer 20
nieuwsbrief december 2006
jaargang 9 nummer 19
nieuwsbrief juni 2006
jaargang 9 nummer 18
nieuwsbrief december 2005
jaargang 8 nummer 17
nieuwsbrief juni 2005
jaargang 8 nummer 16
nieuwsbrief december 2004
jaargang 7 nummer 15
nieuwsbrief juni 2004
jaargang 7 nummer 14
nieuwsbrief december 2003
jaargang 7 nummer 13
nieuwsbrief juni 2003
jaargang 7 nummer 12
nieuwsbrief december 2002
jaargang 6 nummer 11
nieuwsbrief juni 2002
jaargang 6 nummer 10
nieuwsbrief december 2001
jaargang 5 nummer 9
nieuwsbrief juni 2001
jaargang 5 nummer 8
nieuwsbrief december 2000
jaargang 4 nummer 7
nieuwsbrief juli 2000
jaargang 4 nummer 6
nieuwsbrief december 1999
jaargang 3 nummer 5
nieuwsbrief juni 1999
jaargang 3 nummer 4
nieuwsbrief december 1998
jaargang 2 nummer 3
nieuwsbrief juni 1998
jaargang 2 nummer 2
nieuwsbrief december 1997
jaargang 2 nummer 1

vacatures | sitemap | colofon....