Buikproblemen

Buikpijn is de meest voorkomende klacht van kinderen. Hoe jonger het kind is, hoe vaker pijn of ongemak door het kind “buikpijn” genoemd wordt. Iedere kinderarts weet dat je bij een kind met buikpijn ook naar de oren moet kijken. De meest voorkomende oorzaak van “echte” buikpijn is obstipatie. Als er verstopping is, gaat de darm af en toe krampen. Dat kan enorm veel pijn doen. Soms is het zo erg dat de ouders midden in de nacht met hun kind naar de Spoed Eisende Hulp gaan, omdat hun kind het niet meer uithoudt. Als er een buikgriep heerst en het kind gaat spugen, weet je dat buikpijn er bij hoort. Waarschijnlijk komt de diarree de volgende dag. Meestal heeft buikpijn geen medische oorzaak. Het kan een signaal van het kind zijn dat hij overbelast is, gepest wordt, te spannende dingen meemaakt of iets dergelijks. Sommige kinderen hebben geleerd dat hun ouders een dagje thuis niet zomaar goed vinden, behalve als ze buikpijn hebben. Die kunnen ze dan ook tevoorschijn toveren. Wat niet wil zeggen dat ze jokken. Er kan wel degelijk een goede reden zijn om thuis te blijven en last te hebben van buikpijn.

Lees meer over

Obstipatie
Obstipatie komt veel voor. Bijna ieder kind heeft er een periode last van. Bij sommige kinderen is de neiging tot ophouden van de ontlasting heel sterk. Er hoeft maar íets te zijn dat anders is  dan normaal en de buik reageert mee. Het normale ritme van poepen is dagelijks en wel iedere morgen. De voeding en de overige indrukken van de vorige dag zijn ’s nachts verwerkt. Wat onbruikbaar is kan worden uitgescheiden, zodat het kind weer met een schone darm en een fris hoofd aan de dag kan beginnen. Buikproblemen komen daarom zo veel voor bij kinderen, omdat ze nog niet zo goed kunnen selecteren in wat ze meemaken en nog niet zo goed kunnen verteren wat de meemaken. Sommige kinderen krijgen buikpijn en diarree, maar veel kinderen blijven met de onverwerkte dingen zitten. Een laxeermiddel is soms nodig om de letterlijk vastgelopen situatie te doorbreken. Soms is dat genoeg. Maar met name bij de kinderen, die snel uit hun gewone doen, uit hun ritme en vertrouwdheid zijn is er meer nodig. Het begint ermee, om de leefstijl met behulp van voeding en andere (toilet)gewoontes te verbeteren. Dan is het goed om te zien of het kind onder druk staat of overbelast is. Daarom is de multidisciplinaire diagnostiek van het Kindertherapeuticum vaak erg behulpzaam om niet alleen symptoombestrijding te doen, maar de echte oorzaak en oplossing te vinden voor de obstipatie.
reflux
Reflux , het terugstromen van voeding uit de maag naar de slokdarm, is normaal bij zuigelingen. De overgang van slokdarm naar maag is in het eerste levensjaar nog niet “veilig”. De zwaartekracht werkt bij zuigelingen nog niet erg mee om de voeding beneden te houden. Ze liggen immers de grootste deel van de dag en dan ook nog op de rug. In buikligging is er minder reflux. Maar buikligging is terecht in onbruik geraakt in verband met de grotere kans op wiegendood. Toch hebben niet alle zuigelingen klachten van reflux. Dat heeft te maken met de zuurgraad van de maaginhoud en met de mogelijkheid van hun slokdarm om het zuur te “klaren”. Het zuur in de maag is een bijtend goedje. Het past eigenlijk niet bij het ronde, warme en wollige van de zuigeling. Toch is het maagzuur nodig om de eerste stap in de vertering van de melk te zetten. Sommige kinderen hebben het er kennelijk moeilijk mee om uit de zoetige moedermelk-sfeer in de zure maagsap-sfeer te komen, En geef ze eens ongelijk! Met behulp van zuuremmers kunnen de klachten bestreden worden. Ook helpt het om de zwaartekracht te hulp te roepen om de voeding beneden te houden. Het helpt ook om te onderzoeken of we het kind kunnen helpen om de moed te vatten om de stap uit de hemel van de borstvoeding naar de weerstand van de maag te zetten. Dat is een ongebruikelijke, maar effectieve manier van omgaan met het thema reflux.
Diarree
Diarree is normaal bij zuigelingen, ergens in de loop van het eerste jaar wordt de ontlasting vaster. Diarree is ongewoon bij grotere kinderen, dan is er wat aan de hand. De stevigheid van de ontlasting is kennelijk een ontwikkelingsthema. Voor het ontstaan van een dagritme is de dagelijkse stoelgang een enorme hulp. Om de ontlasting te kunnen ophouden is het nodig dat die niet dun is. Als het kind diarree heeft ten gevolge van een buikgriep is het voldoende om het eten een dag of een paar dagen aan te passen. Hoewel “licht verteerbare kost” het niet gehaald heeft als bewezen effectief bij diarree, weet iedereen uit ervaring, dat je met een buik die in de war is beter iets lichts kunt eten dan bijvoorbeeld chili con carne. Kamille is een geschikt middel om een oversture buik tot rust te brengen. Als kamillethee of als compres op de buik is het vaak effectief. Er zijn nog meer middelen die in de huisapotheek een plek hebben, om voorbereid te zijn op een periode van onverwachte diarree.
Eetproblemen
Eetproblemen horen bij de opvoedingskwesties die ouders tegenkomen. Ook kerngezonde kinderen lusten in een bepaalde fase sommige dingen niet. Als het de ouders lukt, om uit de strijd te blijven zullen de “kuren” vanzelf overgaan. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Niet willen eten hoort bij de sterkere machtsmiddelen, die een kind heeft. Als ouder wordt je namelijk uitgedaagd op een kwetsbare plek: de basale zorg voor je kind. “Wat is er met hem? Krijgt hij geen tekorten? Ben ik niet streng genoeg? Ben ik te streng?” zijn voor de hand liggende vragen. Als eetproblemen de sfeer aan tafel verpesten en ook de rest van de dag de stemming bepalen wordt het tijd om hulp te zoeken. In het Kindertherapeuticum gaan we op zoek naar het aandeel van het kind. Zijn er verteringsproblemen, buikproblemen, intoleranties? Wat is het temperament van het kind? Waarom moet het de strijd leveren op dit gebied en niet op een ander gebied? En we gaan op zoek naar het aandeel van de opvoeding. Welke slechte gewoontes zijn er ingeslopen rondom het eten? Waarom heeft het kind dit krachtige signaal nodig? Heel soms speelt er een psychiatrisch probleem, bijvoorbeeld een slikangst of een anorexia nervosa. Indien nodig kijkt de kinder- en jeugdpsychiater mee bij ernstige eetproblemen.