DCD

DCD staat voor een ‘Developmental Coordination Disorder’, wat niets meer wil zeggen dan dat er in de motorische ontwikkeling van een kind “een probleem/stoornis” van de coördinatie is.  Zo geformuleerd is DCD een soort van vergaarbak voor problemen op coördinatief gebied die kinderen kunnen ervaren in de motorische ontwikkeling. Vroeger werd dit ‘het onhandige kind’ genoemd. De onhandigheid staat niet op zich, daarnaast is er meestal sprake van een planningsprobleem, een automatiseringsprobleem. Het kind heeft moeite om zich bepaalde vaardigheden zoals bijvoorbeeld fietsen, rennen, veters strikken eigen te maken. Het blijft op dezelfde ‘onhandige’ manier proberen om dit toch te kunnen en op een gegeven moment geeft het kind het op. “Ik wil niet rennen, fietsen, veters strikken” klinkt er dan vaak. Als het kind (te) vaak op deze manier vastloopt kan er faalangst en somberte ontstaan. Als het kind dan ook daadwerkelijk gaat uitvallen, op school, op sport, in spel met vriendjes dan is er mogelijk sprake van DCD.

Lees meer over

motorische onhandigheid bij DCD
Motorische onhandigheid bij DCD De motorische onhandigheid bij kinderen met DCD is vaak duidelijk waar te nemen. Ze hebben als baby meer tijd nodig om de motorische mijlpalen te bereiken zoals het gaan zitten, gaan staan en gaan lopen. Vaak zijn deze kinderen ‘slap’ in de zin van weinig spierspanning, een (te) grote beweeglijkheid van de gewrichten en moeten ze meer moeite dan een gemiddeld kind doen om deze mijlpalen te bereiken. Doordat ze zoveel energie kwijt zijn aan het bereiken van bijv. de mijlpaal lopen hebben ze weinig energie over om te gaan variëren. Vaak blijven ze heel lang op een manier (armen hoog, benen wijd en schuifelend) lopen en missen zo de mogelijkheid die andere kinderen wel hebben om te ontdekken hoe het ook nog anders kan. Ze kunnen niet anders! Dit gebrek aan variatie zie je vaak terug als ze gaan leren steppen, fietsen, op een been staan, een bal schoppen en vangen. Het kost hen zoveel moeite om balans te houden, iets te leren dat het ‘op een manier mee kunnen doen’ al het maximum haalbare is. Voorstelbaar is dat op het moment dat het kind met andere kinderen gaat spelen en zich bewust wordt van zijn ‘anders zijn’ er andere problemen kunnen ontstaan. Faalangst, afhaken, buitengesloten worden, afne-mende schoolprestaties.
faalangst en onzekerheid bij DCD
Faalangst en onzekerheid bij DCD Faalangst en onzekerheid komen veel voor bij DCD.  Hierdoor kan een negatief zelfbeeld ontstaan en gaat  het kind denken ‘ik kan dit toch niet’. Nieuwe (leer)situaties zijn dan niet leuk of uitdagend meer maar bedreigend. Als het kind hierdoor gaat vermijden ontstaan er geen nieuwe (succes-)ervaringen en wordt de uitbreiding van het bewegingsrepertoire nog verder beperkt. De kunst is dan om met het kind samen te kijken wat er wel kan en dan samen (of nog liever, het kind zelf laten) bedenken wat volgende stapjes kunnen zijn, zodat het wel lukt!  Dat kan binnen kunstzinnige therapie, met de euritmie therapie of met de (kinder-)fysiotherapie. Succeservaringen zijn belangrijk en het zelf bedenken of het anders kan nog belangrijker.
de kenmerken van DCD
Kenmerken van DCD DCD kenmerkt zich door: Vertraagde mijlpalen (motorische ontwikkeling peuter, kleuter) Problemen op school of sport of bij dagelijkse bezigheden Onhandigheid, vaak vallen, stoten, dingen laten vallen Problemen bij informatieverwerking, een trager geheugen Soms zijn er spraakproblemen, onduidelijke of vertraagde spraak Soms zijn er milde neurologische afwijkingen (maar geen zichtbare schade in de hersenen) Faalangst of onzekerheid
achterstand en problemen op school bij DCD
Achterstand en problemen op school bij DCD Op school hebben kinderen met DCD vaak een achterstand of leerproblemen. Het is zelfs een van de kenmerken van DCD. Onhandigheid die zich uit in onduidelijk of niet goed kunnen schrijven, problemen met het (visuele)  geheugen en traagheid zijn vaak genoemde kenmerken.
testen bij DCD
Testen bij DCD De diagnose DCD wordt door de kinderarts, kinderpsychiater of neuroloog gesteld. De arts stelt de diagnose aan de hand van het verhaal van de ouders en het kind. Om uit te sluiten dat er op lichamelijk gebied iets neurologisch met het kind aan de hand is wordt het kind onderzocht. Kinderfysiotherapeutisch kan het kind onderzocht worden met een motorische test. Deze test bestaat uit een aantal onderdelen die spelenderwijs de bewegings-vaardigheden van het kind in kaart brengen. Evenwicht, balvaardigheid en handvaardig-heden worden getest. Uit de test kan afgeleid worden of het kind zich vergelijkbaar met andere kinderen ontwikkelt. Als dit op alle drie de gebieden verminderd is of op een gebied ernstig verminderd is er mogelijk sprake van DCD. De uitkomsten van deze test , samen met een vragenlijst die bevraagt wat het kind op bewegingsgebied kan (de DCD Q) en die de ouders invullen, geeft de arts aanvullende informatie die hij gebruikt om de diagnose DCD te stellen.
medicatie en (alternatieve) behandeling bij DCD
Medicatie en (alternatieve) behandeling bij DCD Er is geen medicatie voor DCD. Behalve als een kind naast DCD nog ADHD/ADD of ASS heeft is het mogelijk dat het kind daarvoor medicatie krijgt. Behandeling van DCD en een alternatief/aanvulling op het reguliere aanbod DCD DCD is een lastig verhaal. Er is geen duidelijk verhaal wat er nu precies aan de hand is. Er is een verzameling van (bovengenoemde) kenmerken die het aannemelijk maken dat een kind DCD heeft. Algemeen aangenomen wordt dat het zenuwstelsel zich niet optimaal ontwikkelt, zonder dat er sprake is van afwijkingen. Hoe leer je een kind met een lijf dat in aanleg moeilijker aanstuurbaar is niet de moed op te geven en toch te blijven proberen? Hoe leer je een kind variëren, plannen en uitvoeren van bewegingsvaardigheden? Als het toch eigenlijk vanzelf moet gaan? Binnen de reguliere gezondheidszorg krijgen kinderen met een vermoeden of de diagnose DCD een combinatie van cognitieve therapie en bewegingstherapie (kinderfysiotherapie /ergotherapie) aangeboden. In het Kindertherapeuticum zijn er, naast de kinderfysiotherapie om specifieke vaardigheden zoals bijvoorbeeld balgooien, schrijven, skaten enzovoort te oefenen, ook ander mogelijkheden om het kind behendiger/vertrouwder te laten worden met zijn eigen lijf en mogelijkheden. Euritmietherapie, kunstzinnige therapie, ritmische massage en sensorische informatie-verwerking zijn hier voorbeelden van een alternatieve behandeling van DCD.