Sensorische informatie verwerkingsproblemen

Een pasgeborene kan nog niet zelf waarnemen, de wereld werkt op hem in. Gaandeweg leert het kind om iets tegenover al die prikkels van de wereld om hem heen te zetten. Dat iets is een stukje van hemzelf. In de ontmoeting van de prikkels uit de buitenwereld en het kind zelf ontstaat er een grens tussen binnen en buiten. Naarmate die grens duidelijker wordt, kan het kind prikkels leren waarnemen en filteren. Dit zijn twee belangrijke zaken waar veel vaardigheden gebruik van maken.

Als je bijvoorbeeld met je kind in een drukke straat fietst, dan ben je blij dat het zijn ogen en oren open houdt om het verkeer in de gaten te houden en dat het kan inschatten of het langs een auto kan fietsen of hoe hard het moet fietsen om veilig over te steken. Ook hoop je dat je kind zijn aandacht bij het fietsen houdt en zich dus niet laat afleiden door sirenes, hondjes of een vriendje dat langs fietst. In dit voorbeeld zijn de gehoor(toon)zin, de gezichtszin, de tastzin, de evenwichtszin en de bewegingszin precies alert genoeg en werken ze goed samen zodat het kind veilig kan fietsen.

Lees meer over

De verschillende zintuigen
In het Kindertherapeuticum delen we de zintuigen in drie groepen in: De lichaamsgerichte zintuigen ; de tastzin, de levenszin, de bewegingszin en de evenwichtszin. Dit is vooral het werkterrein van de sensorische informatieverwerking. De omgevingsgerichte zintuigen; de reukzin, de smaakzin, de gezichtszin (het zien), de temperatuurszin De geestelijke zintuigen; de toonzin, de taalzin, de denkzin en de ikzin.
Sensorische informatieverwerkingsproblemen
Sensorische informatieverwerkingsproblemen kunnen ontstaan als tijdens de rijpingsperiode de zintuigen niet in balans zijn. Een kind kan overgevoelig zijn voor bepaalde zintuiglijke prikkels of juist ondergevoelig. Je merkt het aan een of meerdere van de volgende signalen: Een kind is supergevoelig voor aanrakingen, het houdt er daarom niet van om geknuffeld te worden en is zeer kieskeurig in dat wat het eet of in de kleren die het aantrekt. Een kind schrikt van harde of onverwachte geluiden en is daarna van slag. Een kind vermijdt klimmen of glijden en houdt niet van schommelen omdat het een overgevoelig evenwicht heeft. Een kind kan niet tegen fel zonlicht of is van slag als er zichtbare drukte om hem/haar heen is. Een kind heeft wil alles wat hij ziet even aanraken of duikt het liefst hard bovenop zijn broertje en knijpt hem veel te hard. Een kind is dromerig, wacht af, je moet alles twee keer zeggen voordat het reageert. Een kind vermijdt het liefste andere kinderen en probeert het leven klein en voorspelbaar te houden door alles te willen bepalen.  Bij sommige kinderen gaat een periode van disbalans weer over maar als dit niet zo is en het kind en zijn omgeving er veel last van hebben, dan kun we kijken of er sprake is van sensorische informatieverwerkingsproblemen.
De behandeling
Sensorische informatieverwerkingproblemen zijn vaak een onderdeel van bredere problematiek. De diagnostiek van sensorische informatieverwerkingsproblemen is in het Kindertherapeuticum daarom multidisciplinair. Het onderzoeksteam verschilt per kind maar kan bestaan uit de kinderarts of de kinderpsychiater, de orthopedagoog, de fysiotherapeut en de sensorische informatieverwerkingstherapeut. Zij leggen hun bevindingen bij elkaar om te komen tot een beeld.Er is sensorische informatieverwerkingstherapie, en daarnaast kunnen ouders tijdens oudergesprekken inzicht krijgen in hoe de sensorische informatieverwerking bij hun kind het dagelijkse gedrag beïnvloedt en wat ze eraan kunnen doen. Ritmische massage, muziektherapie en antroposofische medicatie kunnen een geschikte therapie zijn voor sensorische informatieverwerkingsproblemen.