Sensorische informatie verwerkingsproblemen

Een pasgeborene kan nog niet zelf waarnemen, de wereld werkt op hem in. Gaandeweg leert het kind om iets tegenover al die prikkels van de wereld om hem heen te zetten. Dat iets is een stukje van hemzelf. In de ontmoeting van de prikkels uit de buitenwereld en het kind zelf ontstaat er een grens tussen binnen en buiten. Naarmate die grens duidelijker wordt, kan het kind prikkels leren waarnemen en filteren. Dit zijn twee belangrijke zaken waar veel vaardigheden gebruik van maken.

Als je bijvoorbeeld met je kind in een drukke straat fietst, dan ben je blij dat het zijn ogen en oren open houdt om het verkeer in de gaten te houden en dat het kan inschatten of het langs een auto kan fietsen of hoe hard het moet fietsen om veilig over te steken. Ook hoop je dat je kind zijn aandacht bij het fietsen houdt en zich dus niet laat afleiden door sirenes, hondjes of een vriendje dat langs fietst. In dit voorbeeld zijn de gehoor(toon)zin, de gezichtszin, de tastzin, de evenwichtszin en de bewegingszin precies alert genoeg en werken ze goed samen zodat het kind veilig kan fietsen.

Lees meer over

De verschillende zintuigen
Sensorische informatieverwerkingsproblemen
De behandeling