Zindelijkheidsproblemen

Zindelijkheidsproblemen zijn al gauw emotioneel beladen. Een natte broek brengt een kind in verlegenheid, een vieze broek roept ook reactie van de omgeving op. Het is helemaal niet gemakkelijk om als ouder neutraal te blijven als je kind met zijn zindelijkheidprobleem de wasmachine extra werk bezorgt. Je kan het je niet vóórstellen, dat je kind niet voelt als hij moet plassen en poepen. Hij is toch geen baby! Met andere woorden: het gaat om een ontwikkelingsvraag bij zindelijkheidsproblemen.

Zindelijkheidsproblemen ontstaan pas als andere kinderen overdag droog zijn. Dat is cultureel bepaald. In sommige culturen voor de eerste verjaardag, bij ons ergens tussen twee en vier jaar. Zindelijk kan een kind worden, als het er “aan toe is”. Het heeft dus te maken met rijping. Kennelijk zijn de meeste kinderen ergens in de eerste drie-vier jaar met hun bewustzijn bij hun bekkenbodem aangekomen. Dat heeft te maken met wat we in het Kindertherapeuticum incarneren noemen: in je lijf komen. Sommige kinderen blijven te hoog in hun lichaam steken, zodat ze de bekkenbodem niet bereiken. Dan worden ze niet zindelijk overdag.

Lees meer over

zindelijk 's nachts
Zindelijkheid ’s nachts is nog bijzonderder. ’s Nachts zijn we met ons bewustzijn immers juist niet bij ons lijf. Hoe kan het dan, dat een kind ergens in de eerste jaren van zijn leven ’s nachts niet naar de WC hoeft om te plassen? Of dat hij wakker wordt om naar de WC te gaan? In principe is het zo, dat een kind overdag het kunstje moet leren om de reflexen van zijn blaas waar te nemen en erop te reageren. Als dat geautomatiseerd is, is het een aangeleerde reflex. In de nacht is deze aangeleerde reflex dan nog steeds werkzaam, als een soort nawerking van de dag. Het helpt als er een goed dag-nachtritme is ontstaan. Daar hoort bij dat de nier ’s nachts minder urine produceert. Dan is de blaas minder vol en kan het kind doorslapen. Als een kind ’s nacht heel ver weg is, dus heel diep slaapt, kan het zijn dat het niet lukt om zindelijk te worden ’s nachts.
zindelijk voor urine
Zindelijkheid voor de urine gaat niet altijd gelijk op met de zindelijkheid voor de ontlasting. De bekkenbodem heeft veel functies. Een aantal daarvan heeft te maken de uitscheidingen. Het is duidelijk dat de plas meer te maken heeft met “voor” en de poep met “achter”.  Voor heeft te maken met het gewone alledaagse bewustzijn. Daardoor is nervositeit direct van invloed op de blaas en het plassen. Met gedragstherapeutische maatregelen, zoals een beloningssysteem is vaak nog wel wat te bereiken. Het dagbewustzijn kan ingeschakeld worden bij het verwerven van zindelijkheid voor urine.
zindelijk voor ontlasting
Zindelijkheid voor ontlasting heeft ook met de bekkenbodem te maken, maar met een heel ander stuk dan bij het zindelijk worden voor urine. Het poepen is veel onbewuster dan het plassen. Het reageert niet zo sterk op de stemming van het moment, maar veeleer op de basisstemming van gewoonte, ontspanning en vertrouwen. Daar past bij, dat het ritme van de ontlasting een dagritme is, of zou moeten zijn. Beloningssystemen hebben op zindelijkheidsproblemen met ontlasting niet veel zin. Ze onttrekken zich aan de invloed van het alledaagse bewustzijn. r is een indirecte therapieroute te gaan, om een kind te leren om zindelijk te worden voor ontlasting.
over bekkenbodem en zindelijkheid
De bekkenbodem is een hele bijzondere plek in een mensenlichaam. Het woord bodem is mooi gekozen. De bekkenbodem is de bodem in het bestaan, de diepste plaats waarheen een kind in zijn organisme kan afdalen, kan incarneren. Niet voor niets zijn een aantal belangrijke uitscheidingsfuncties in de bekkenbodem bij elkaar gekomen. Door de uitscheidingen ontdoet een mens zich van wat overtollig is, wat hem zou belasten, als hij het niet zou uitscheiden. Door de uitscheidingen houdt een mens zijn binnenwereld schoon, zodat hij er met vol bewustzijn in kan vertoeven. Als hij de uitscheidingsfuncties onder zijn eigen regie heeft, noemen we dat zindelijk. Zindelijk zijn heeft belangrijke gevolgen voor de eigen regie. Autonomie is een begrip wat te maken heeft met bekkenbodem en zindelijkheid.
lees meer over prikkelbare blaas
Een prikkelbare blaas ontstaat als een kind zich niet vanzelfsprekend en ontspannen met zijn kleine bekken kan verbinden. Iedereen kent het wel enigszins als hij zenuwachtig is. Sommige kinderen hebben dat weken, maanden of jarenlang. Het is te vergelijken met jeuk op de huid. Ook bij jeuk is er een gewaarwording die niet tot een zinvolle waarneming leidt. Bij jeuk is de huid met zichzelf bezig, zou je kunnen zeggen. Als de blaas met zichzelf bezig is noemen we hete en prikkelbare blaas.
De behandeling van zindelijkheidsproblemen
De behandeling van zindelijkheidsproblemen is in onze ervaring bijna altijd een indirecte. Als we het kind ertoe kunnen brengen om zich ontspannen met zijn bekkenbodem te verbinden hebben we veel gewonnen. Warmte is daarbij essentieel. Zolang het kind een koude buik, billen, benen en voeten heeft is het onmogelijk om dit probleem te behandelen. Het zijn meestal niet de ontspanningsoefeningen die hier de oplossing brengen. Het gaat er bij de massage- of euritmiebehandeling juist om, voldoende aandacht en interesse van het kind naar het gebied te brengen waar ze nog niet goed thuis waren. Of zich uit teruggetrokken hebben. De ouders hebben soms begeleiding nodig om op een ontspannen en vertrouwensvolle manier om te leren gaan met de moeilijkheid die hun kind heeft in het zetten van deze ontwikkelingsstap. Er zit veel aan vast, aan de behandeling van zindelijkheidsproblemen.

Zindelijkheidsproblemen zijn een mooi voorbeeld van de manier waarop we in het Kindertherapeuticum denken over problemen die kinderen in hun ontwikkeling tegenkomen. De symptomen zijn bijna altijd uitdrukking van een niet gezette ontwikkelingsstap. Als de juiste analyse gemaakt is, is het bijna altijd mogelijk om de begeleiding en therapie gericht in te zetten. Daarbij hebben de ouders een minstens zo belangrijke rol als externe therapeuten en medicijnen. Zo kan je je kind beter leren kennen als je doorziet wat het van doen heeft met de zindelijkheidsproblemen.