Spraak-taal en communicatieproblemen

Leren spreken

In de eerste levensjaren van een kind voltrekt zich een wonder. De pasgeborene maakt door te huilen zijn behoeftes kenbaar maar een driejarige kan zich verstaanbaar maken voor medemensen. Hij is aankomen in de taal en opgenomen in de taalgemeenschap. Het begrip moedertaal geeft daar uitdrukking aan.

Lees meer over

Taal-en communicatieontwikkeling
De taalontwikkeling heeft een gevoelige periode, die is tijdens de eerste zes jaren van het leven van een kind. Daar waar een pasgeboren baby geen woorden begrijpt en via het huilen zich uit, spreekt een zesjarige in goed gevormde samengestelde zinnen en kan het zijn belevenissen van eerder op de dag navertellen. Het kind spreekt goed verstaanbaar en heeft een woordenschat van zo’n 4000 woorden.In de jaren erna komt de stap naar het abstracter formuleren en denken en breidt de woorden en begrippenschat zich nog enorm uit. Daarmee komt er een eind aan de periode van taalontwikkeling. Communicatieontwikkeling is een belangrijk onderdeel van de taalontwikkeling. Hierbij gaat het erom dat een kind leert dat het een boodschap kan overbrengen aan de ander en dat die ander erop kan reageren. Dit kan door middel van gesproken taal maar ook door gebaren of mimiek. Dit proces begint ver voor de eerste verjaardag als baby’s en hun ouders contact met elkaar maken en op elkaar reageren. Gaandeweg leren kinderen door middel van de interactie met hun omgeving communicatieve functies zoals: ervaringen delen, vragen stellen en beantwoorden, groeten, regels opstellen, onderhandelen, om hulp vragen, op de beurt wachten, luisteren naar de ander en zich inleven in de ander. Deze communicatieve functies vormen het fundament voor de communicatieontwikkeling.
Spraakontwikkeling
De spraakontwikkeling begint met zuigen, slikken, kauwen, voorwerpen in de mond stoppen, brabbelen en luisteren. Vanuit het brabbelen leert een kind wat het allemaal kan doen met de mond, tong, lippen en kaak. Vanuit het luisteren leert het kind dat er unieke reeksen van geluiden uitgesproken worden door de belangrijke mensen om hem heen. Die reeksen geluiden worden alsmaar herhaald, het betekent iets. Als brabbelen en luisteren samen gaat en een kind iets wil zeggen dan komt het eerste woordje. Dit gebeurt in de eerste helft van het tweede levensjaar. In het begin rammelt er van alles aan de spraak. Dit hoort erbij. Klanken worden verwisseld of weg gelaten. Als een kind vier jaar is dan kan het alle klanken behalve de /r//l/j/ goed uitspreken in woorden. Combinaties met medeklinkers mogen dan nog moeilijk zijn voor een kind. De /r/ is de moeilijkste klank, het is normaal dat die een half jaar voor de eerste klas pas verworven is. Met zes jaar komt er een einde aan de spraakontwikkeling.
Wat nodig is om voor de ontwikkeling van de spraak-taal en communicatie
Taal, spraak en communicatie ontwikkelt zich aan de hand van de omgeving van het kind. Een kind heeft geïnteresseerde volwassenen nodig die contact maken, het kind aanvoelen en kijken en luisteren naar dat wat een kind bezig houdt en er woorden aan geven. Bij jezelf thuis zijn is ook een voorwaarde voor taal-spraak en communicatieontwikkeling. Daarmee wordt bedoeld dat een goed gehoor, een gezonde sensorische, motorische en cognitieve ontwikkeling een kind helpen om open te staan, gericht te luisteren naar klanken en woorden en een interactie met de wereld om hem heen aan te gaan om zo te komen tot een gezonde spraak, taal en communicatieontwikkeling.
Problemen bij de ontwikkeling van de spraak, taal en communicatie
Problemen in de taal, spraak en communicatieontwikkeling kunnen zich op verschillende momenten en verschillende wijze in het leven van het kind uiten. Zo kan het langer duren voordat een kind gaat praten, of het is moeilijk om wederkerig contact te krijgen met een kind, er zijn ook kinderen die heel veel praten maar niet uit de voeten kunnen met de inbreng van de ander. Er zijn onverstaanbare kinderen, stotterende kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met een spraakprobleem als gevolg van een schisis.  
Het onderzoek
Het onderzoek naar de taal, spraak en communicatieve ontwikkelingsproblemen wordt door een logopedist gedaan. Die bespreekt met de ouders het plan voor het onderzoek. Vaak wordt er eerst goed geluisterd naar en gepraat met een kind, later kan er eventueel een test worden afgenomen. Naast het onderzoek van de logopedist, is er de mogelijkheid om breder naar de ontwikkeling van het kind te kijken om zo mogelijke oorzaken in kaart te kunnen brengen. De kinderarts, de orthopedagoog en de fysiotherapeut kunnen het kind in dit geval ook onderzoeken om zo tot een breed beeld te komen van de taal, spraak en communicatieve ontwikkelingsproblemen.
De behandeling
Therapie bij spraak-taal en communicatieve ontwikkelingsproblemen In het Kindertherapeuticum wordt logopedie gegeven. De logopediste stimuleert in (rollen)spel de spraak-taal of communicatieve ontwikkeling en geeft ouders handvatten om thuis ook spelenderwijs hun kind te stimuleren. Als de spraak-taal-communicatieproblemen deel uit maken van bredere problematiek, dan kan de behandeling worden gecombineerd met andere therapieën zoals fysiotherapie, euritmietherapie of ouderbegeleding.

verwante onderwerpen: